Zo, weer een paar weken voorbij! Ondertussen zit ik hier al een maand en begin ik al aardig thuis te raken. Hier volgt een opsomming van mijn avonturen van de afgelopen tijd:
Vluchtelingenkamp Buduburam
Wanneer je denkt aan een vluchtelingenkamp denk je al gauw aan een ongeorganiseerd tentenkamp met slechte voorzieningen en verdrietige mensen. Vorige week heb ik een kijkje genomen op het liberiaans vluchtelingenkamp in Buduburam, vlak buiten Accra, en ben tot de conclusie gekomen dat dit toch echt anders is. Kamp is eigenlijk een fout woord, het is meer een stad. Mensen wonen hier ook al erg lang, sommige al vanaf 1990. Hun woonplaats is dus meer een semi-permanente nederzetting dan een tijdelijke verblijfplaats. In Buduburam wonen meer dan 42.000 vluchtelingen en hun aantal groeit nog steeds. Gelukkig zijn er ook mensen die vrijwillig terug willen keren, nu de situatie in Liberia stabiel lijkt. Ze krijgen daarvoor alle hulp die nodig is.
In het kamp heeft Agreds een trainingscentrum opgezet wat gerund wordt voor en door vluchtelingen. Hier kunnen jonge mensen een vak leren, zodat ze niet stil zitten en als ze weer terug in Liberia zijn, ze mee kunnen helpen het land op te bouwen met hun kennis en vaardigheden. Ik kreeg een rondleiding door het centrum, waar op dat moment nog niks te doen was. Voor iedereen een grote verrassing toen we in een van de lokalen een geit vonden die de hele boel had onder gepoept! Buiten dat geen verrassingen, het zag er eigenlijk verrassend goed uit!
De mensen die ik gesproken heb waren allemaal heel erg aardig. Bij de oudere mensen proefde je wel wat verdriet over de hele situatie, maar aan de andere kant zijn ze ook blij dat ze nu in een vrij land zijn waar ze niet meer hoeven te vrezen voor de oorlog. Een jongen die ik sprak, ongeveer net zo oud als ik, deed een opleiding computertechniek. Hij was al een aantal keren terug naar Liberia gegaan, maar voelde dat hij daar nog niet kon blijven. De meesten willen wel weer terug naar Liberia als de mogelijkheid zich voordoet.
Opvallend vind ik wel dat het vluchtelingenkamp een stuk beter georganiseerd is dan de plek waar ik woon. Het kamp heeft een duidelijke, opgeruimde structuur en mensen konden goed voor zichzelf zorgen ondanks alle omstandigheden. De huisjes zijn goed bewoonbaar en de kinderen kunnen naar school. Hier in Agbogbloshie zit je toch wel helemaal onderaan is me duidelijk geworden.
LifelineOp lifeline zitten op dit moment 52 meisjes. Hun aantal groeit ook nog steeds. Inmiddels zijn ze begonnen met de lessen. Het lijkt erop dat ik binnenkort ook mag beginnen met lesgeven. Tot dusver heb ik rapporten geschreven en meegeholpen waar kon. Kan natuurlijk niet wachten om zelf voor de klas te staan.
De meiden moeten wel wennen aan hun nieuwe plek. Ze moeten strikt volgens de regels leven en dat is best moeilijk voor ze, omdat ze een hoop vrijheid moeten inleveren. Ze moeten alles nog leren. De meesten weten niks over persoonlijke hygiene, schoonmaken of hoe ze zich als een meisje moeten gedragen. De leiding geeft iedere morgen dezelfde donderpreek als er weer een wat uitgevreten heeft. Gelukkig vinden ze het leren allemaal wel heel leuk. De eerste handwerkjes van de naailes heb ik al gezien en de eerste vlechten van de kappers ook. Vandaag waren er koekjes! Gebakken door de catering-meiden. Voor het eerst iets echt zoets gehad op Lifeline.
Het leven is hier goed, maar eenvoudig. De meiden krijgen in principe alles wat ze nodig hebben. Wanneer ze mij in een mooi T-shirt zien krijg ik telkens de vraag: ‘Sister Linda, I like your shirt, give it to me’. Over het algemeen is alles wat ik heb mooi en willen ze alles wel hebben, zelfs mijn vaatdoek....ja echt! De mensen op straat doen dat ook, zelfs rijke mensen...gewoon omdat ik blank ben en ze denken dat ik het toch wel kan missen. Ik kan er soms wel boos om worden, omdat maar weinig mensen me niet als een wandelende geldmachine zien en het dus best moeilijk vrienden maken is. Toch begrijp ik wel dat ze zo doen, want het beeld dat ze hebben van de westerse wereld klopt echt niet...net als het beeld wat ze hadden van Accra toen ze hierheen kwamen.
Even een korte schets van het leven op lifeline: Er is een grote slaapzaal waar alle meiden slapen. Ze slapen in stapelbedden op oude matrassen uit Nederland en krijgen allemaal een laken en een kussen. Er is een was-complex, waar ze zich uit een emmer kunnen wassen. De wc is gewoon de goot die achter het complex loopt. Daar ga je boven hangen en je doet je ding. Er zijn ook wc's, maar die zijn soms stuk. De was doe je hier met de hand met koud water. Warm water hebben ze hier niet. Ik krijg al eelt op m’n polsen van het schrobben. Qua entertainment is er niks, alleen tv. Ik doe ’s avonds spelletjes met de meiden en gisteren heb ik ze een adventkalender laten maken. Ook de kerk die hier huist is een bron van entertainment en is druk bezocht.

Ik heb mijn eigen kamer met uitzicht op het open riool. Ik heb daar bijna alles wat ik nodig heb. Er is een keukenblokje en een badkamertje met wc en wastafel. Er is stromend water, waar ik zuinig mee probeer te zijn. Waswater kan je hergebruiken voor de vloer of om de wc door te spoelen. De eerste inheemse diersoorten hebben zich al gemeld. Muggen, hagedissen, mieren en een soort termietachtige wezens zijn er volop....lang leve mijn klamboe! Het is er ook echt vies. Ik maak wel schoon, maar alles lijkt altijd bedekt te zijn onder een dikke laag stof. De stroom valt hier regelmatig uit. Er zijn weken dat we maar 50% van de tijd stroom hebben. O

p zich is hiermee wel te leven, maar er kan overdag niks op de computer gedaan worden zonder stroom, dat betekend geen werk, en ’s avonds is het vroeg donker. Bovendien wordt het gauw erg benauwd als de ventilatoren niet kunnen draaien. Buiten is het zo’n 36 graden, dus binnen is het dan nog warmer.
Ik kan niet zelf koken op mijn kamer, dus wordt er voor mij gekookt. Het eten, dat is meestal een deegbal of rijst of bonen of rijst met bonen met voor mij (niet voor de meiden dus) stoofpot. Stoofpot is een soort pittige tomatenpuree, druipend in palmolie met stukjes vis of soms kip. Dit eet ik als lunch en avondeten, ja vaak twee keer hetzelfde op een dag en een week lang. En ja, ik eet hier gewoon vlees, omdat ze speciaal voor mij dit eten maken en het simpelweg onbeleefd is om te weigeren. (let op...dat is de cultuur!) Bovendien heb ik de vitamientjes wel nodig, want er is hier een hoop niet! Er is geen melk, yoghurt of iets anders aan melkprodukten. Groente krijg ik maar weinig, want dat is duur. Ik haal zelf fruit op de markt en dat is echt een traktatie! Ook een welkome afwisseling is gebakken banaan of yam! Qua ontbijt eten de meiden een waterachtige drap die porridge genoemd wordt of een kop thee. Voor mij is dat echt niet genoeg, dus ik maak meestal zelf wat. Ik heb havermout en van de week zelfs brood gevonden! Heerlijk! Af en toe koop ik wat koekjes of een ijsje. Hoe meer ik rondkijk, hoe meer mogelijkheden ik zie met dat weinige dat er is.
Wawase
Mijn eerste echte uitstapje heb ik achter de rug. Ik ben net weer terug uit Wawase, een dorp nabij Cape Coast, waar ik een paar dagen bij de familie Kouwen (voor sommigen wellicht bekend?) op bezoek was. Deze familie woonde vroeger in Best en zijn sinds kort met het hele gezin als zendelingen in Ghana en runnen een school in het regenwoud. Ik vond het heerlijk om even met blanke mensen te kletsen, in het nederlands nog wel. De school daar is echt een succes, dus ik wilde graag weten hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen, omdat ik hier vaak minder rooskleurige verhalen hoor over het naar school gaan. Wawase is een echt afrikaans dorp met leme hutjes en een chief. Mensen leven van en tussen de cacao en palmnoten. De frisse lucht, de groene omgeving en de hollandse gezelligheid hebben me echt goed gedaan.